Get Adobe Flash player
Home

Laatst toegevoegd

Schijfwereldse voetnoten

"

4-88 Op precies dezelfde toon waarmee haar voorouder zijn uitgeputte, bezwete volgelingen had toegesproken voorafgaande aan de aanval.

"

De redevoering is aan latere generaties doorgegeven in een episch gedicht dat werd geschreven in opdracht van zijn zoon, die niet in het zadel was geboren en die kon eten met mes en vork. Het begon aldus:

'Zie ginder de brute vyand sluimren
Vette gouddieven , smerig van geest.
Laat de speren van toorn een steppebrand
zijn op een windrige dag in de dorre zomer,
Laat het eerlijk zwaard stoten als de hoorns
van een vijfjarigeyok met hevige kiespijn...'

En zo nog drie uur lang verder. De werkelijkheid, die zich een dichtersloon doorgaans niet kan veroorloven, herinnert zich dat de hele toespraak eigenlijk als volgt luidde:

'Kerels, de meesten liggen hier nog op bed, als het goed is racen we erdoor als een kezakvijg door een kort opoetje, en ik voor mij heb schoon genoeg van die joerts, okee?'


Populair